RSS Feed

Hoofdstuk 5

Waar ging ze het geld vandaan halen om alle rekeningen van de bruiloft mee te betalen in nog maar 1,5 week tijd? Julie zat met haar handen in haar haren op de wc, haar ellebogen leunden op haar blote knieën die al redelijk pijn begonnen te doen onder de druk van haar hoofd in haar handen. Het was de beste plek waar ze rustig na kon denken, maar waar ze ook ongestoord kon flippen. Er werd op de deur geklopt. “Julie?”. Ze had Iris al 4 keer langs horen komen, met zachte pas kwam ze steeds tot stilstand achter de deur, waarschijnlijk om te horen of Julie huilde. “Julie?”. Met een zucht haalde ze de deur van het slot. Iris had een luid spinnende Olivier op haar arm en stond Julie met opgetrokken wenkbrauw aan te kijken. “Zeg, dat gedoe op die wc, gaat dat nog lang duren? Je zit al sinds 3 dagen een uur op de pot. Ik heb inmiddels van ellende al in de douchebak geplast.”

“E-echt?” stamelde Julie. “Nee, niet echt. Maar het was wel grappig om mij in die benarde positie voor te stellen hè?” Julie moest inderdaad hardop lachen en kriebelde Olivier onder zijn kin die dat prinsheerlijk onderging door in de armen van Iris op zijn rug te draaien.

Olivier en Iris waren onafscheidelijk

Ook Olivier was een souvenir. Iris had op haar 20e een maand in Parijs gewoond. Omdat ze platzak was, maar wel goedgebekt, had ze zichzelf een van de beste restaurants op de Champs Elysees binnengepraat als afwashulp. Ze moest door de achteringang en mocht nooit en te nimmer de gasten aanspreken. Ongeacht had ze er de tijd van haar leven gehad. En daar had ze op de eerste dag al kennis gemaakt met Guillaume, een jongen die net als zij platzak was maar wel onderdak had in een van de vele smoezelige hotels die Parijs rijk is. En daar in de keuken van het hotel, waar zij stiekem rookten met de kamermeisjes en wijn dronken met de receptionisten, kwam Olivier binnengelopen. Klein, onderkoeld en vooral heel hongerig. Elke dag nam zij een stukje vis mee uit de keuken waar zij werkte en voerde dat aan Olivier. Algauw woonde hij stiekem op hun kamer en toen zij Parijs verliet lag Olivier opgekruld in haar handtas te slapen.

Olivier en Iris waren onafscheidelijk. Als het aan hem lag mocht hij elke dag mee in haar handtas naar het werk, maar nadat ze hem daar tot twee keer toe op het kopieerapparaat had aangetroffen waar hij de notules van een belangrijke vergadering had vernield was hij er nog minder welkom dan hij ooit was geweest.

Julie stopte de zoveelste macaron in haar mond, ze was de tel kwijtgeraakt bij 25, en wist ook niet meer of ze evenredig veel blauwe, groene of roze had gegeten, en begon te huilen. Iris kwam met één wapperende hand en in de andere een hete cafe au lait zo snel als zij kon aangelopen. Onderweg trok ze met haar tanden een tissue uit de tissuebox en belande op de stoel naast Julie. “Niet huilen! Stop! Hij is het niet waard! Ik weet dat het zwaar is, maar er is niets wat nog een croissant niet kan verhelpen…” En om haar woorden kracht bij te zetten schoof ze het mandje met croissants naar Julie. Julie stikte inmiddels bijna in haar snikken, en zag zich noodgedwongen de macaron die uit haar mond viel, te laten gaan. “Maar hoe….hoe….maa…h…” probeerde zij, “kloohootz….bruihuil…kan niet…wil niet.” Iris knikte begrijpend en duwde het mandje croissants dichterbij. Julie vermande zich, snoot haar neus, stopte een roze macaron in haar mond en stortte haar hoofd huilend in haar armen op de keukentafel terwijl Iris haar haren streek.

Clochette klonk een beetje als de naam van een snoezelige berggeit in de hoge Alpen

Terwijl Julie probeerde niet weer te stikken in de macaron, klonk the wedding march uit haar mobiel. Julie maakte een grimas toen ze besefte dat ze dat nog aan moest passen en erger nog, dat dat Cruella was. Terwijl ze vlug de laatste stukken macaron wegspoelde met de hete cafe au lait nam ze op “Oui?”. “Oui. ‘ier madame Clochette, uw weddingplanner voor de allergelukkikste brouloft van uw leven.” De feeks was duidelijk weer op dreef. Hoe vaak hadden James en zij niet gelachen om haar achternaam en het feit dat ze zichzelf stug madame bleef noemen terwijl ze niet getrouwd was. Clochette klonk een beetje als de naam van een snoezelige berggeit in de hoge Alpen. Kauwend op een boterbloem zou zij je aankijken in onschuld. Het totale tegenovergestelde van Cruella. “Allo? Bent u daar nok?” riep de geit, “de ringen zijn aangeko-men, wanneer komt u ze passen? Neemt u ook uw bruidekom mee?”. Julie’s gezicht wist niet precies in welke plooi of kleur het moest springen en Iris zag dat het tijd werd om haar hand vast te gaan houden. “Bruidegom?” stamelde Julie, “maar u weet toch dat ik niet meer…”. “Morkeh, 10 uur heeft u een rendezvous om te passen. Ciao!”. Weg was de feeks en Iris kwam weer in beeld, die met een met pijn verwrongen gezicht naar haar hand wees.

Julie kwam langzaam overeind, in haar ogen was te zien dat er iets geknapt was. Ze zette een paar stappen weg van de tafel en stormde in een keer door naar buiten, terwijl zij haar jas en tas meegriste. Iris sprintte op haar slippers en batik wikkelrok achter haar aan, terwijl ze al rennend een T-shirt over haar hoofd trok. “Julie! Wat…!”. Tegen de tijd dat zij de voordeur had bereikt was Julie al niet meer te zien. Iris liet haar handen moedeloos zakken en trok de voordeur achter zich dicht. Het is net als met katten, dacht ze, die komen ook altijd terug.

Geen reacties »

Nog geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *